Van Gouden Eeuw tot 20ste Eeuw
Het prachtige grachtenpand waar The Toren in gevestigd is stamt uit 1618, een typische patriciërswoning uit die tijd. De grote grachtenpanden werden gebruikt als woning en werkruimte en in de kelders huisde meestal de keuken en waren de vertrekken van de bedienden.
Voor Nederland en vooral voor Amsterdam, is de zeventiende eeuw een florissante eeuw die beter bekendstaat als de
Gouden Eeuw. Handel in specerijen met het Verre Oosten, het huidige Indonesië, gaf een vloedgolf aan welvaart aan de stad. Aan de Herengracht en aan de Keizersgracht verrezen dan ook pompeuze huizen. Menig grachtenhuis is rijk gedecoreerd en kent een prachtige inrichting. Toch waren de Nederlanders in die tijd een sober volk; echt excessieve pracht en praal was in ons land ver te zoeken. Van 1830 tot 1882 is het huis bewoond door de
familie Bienfait, die het pand aankocht voor Fl. 13.000,-. De Bienfaits waren afstammelingen van de uit Frankrijk verdreven Hugenoten die in de negentiende eeuw hun inkomsten verkregen uit de suikerimport. Zij hadden hier hun eigen schepen voor.
De meest opmerkelijke figuur echter die het pand heeft bewoond is
Abraham Kuiper, die leefde van 1837 tot 1920. Hij richtte de Antirevolutionaire Partij (ARP) op en werd in 1901 Minister-president van Nederland waarna hij verhuisde naar Den Haag. Hij was onder meer ook predikant en leider van het orthodox-gereformeerde deel van Nederland. Hij wilde het Calvinisme op een paar punten aanpassen aan de tijdgeest, strengheid in de leer bleef echter het uitgangspunt. Daarnaast was hij journalist en schrijver van vooral theologische en politieke verhandelingen.
In 1880 richtte Kuiper de
Vrije Universiteit (VU) op, de tweede universiteit van Amsterdam. Dit was het gereformeerde antwoord op de Universiteit van Amsterdam (UvA). In die tijd had elke religieus-sociale stroming zijn eigen instituten. De katholieken, de socialisten, de protestanten en de liberalen hadden ieder hun eigen verenigingen, omroep, woningbouwcorporaties en scholen. Het stichten van een gereformeerde universiteit was destijds een logische stap.
In 1889 kocht de Vrije Universiteit het pand aan de Keizersgracht 164 aan voor Fl. 41.000,-. Ook de daarnaast gelegen panden, nummer 160 tot en met 166, werden onderdeel van de universiteit. De 'Heerenkamer' (eerste deur links na de trap) was bijvoorbeeld het zogenaamde 'zweetkamertje', hier werden examens afgenomen.
De gehele eerste etage bestond uit collegezalen. De gigantische bibliotheek bevond zich op de bovenste verdieping.
In de T
weede Wereldoorlog is het pand gebruikt als onderduikadres. De twintig mensen die om verschillende redenen door de nazi's gezocht werden, hebben de oorlog allemaal overleefd.
In 1967 werd het pand te klein voor het almaar groeiende aantal studenten en verhuisde de Vrije Universiteit naar Amsterdam Buitenveldert.
Historie The TorenDe familie Toren kocht in 1968 het pand op nummer 164. De vier jaar hiervoor had de familie een Bed & Breakfast gerund in de Van Breestraat, nabij het Vondelpark. Mevrouw Toren kan nog steeds lachen om de tijd dat ze met een grote Amerikaanse slee de potentiële gasten van het Centraal Station haalde. Toeristen die er een beetje zoekende uitzagen sprak ze aan om ze vervolgens met de auto naar hun kleine hotel te brengen. Die tijd was nu voorbij. De Torens gingen het groter aanpakken en dus vertrokken ze met het hele gezin naar de Keizersgracht…
De familie, bestaande uit ouders met maar liefst vijf dochters en één zoon, benutte het voormalige leslokaal van de VU dat in de tuin staat als woonhuis.
De aanvankelijke vreugde over hun aankoop verbleekte een beetje bij het vooruitzicht om van dit grote pand een hotel te maken, want het zou een gigantische klus worden om al die lege ruimten tot hotelkamers te verbouwen. Het werd echter voortvarend aangepakt. Meneer Toren wilde in elke kamer een eigen douche en toilet, wat in die tijd niet vanzelfsprekend was.
De eerste gasten hielpen mee met de inrichting van de kamers. De één bracht gordijnen aan en een ander schilderde de ramen. Zo werden de eerste kamers verhuurd en kon op 15 maart 1969 officieel de deur worden geopend. De totale verbouwing duurde uiteindelijk drie jaar met als resultaat 34 kamers en één ster.
De familie wilde hun gasten echter méér comfort bieden en door allerlei kleinere renovaties door de jaren heen, kreeg het hotel in 1978 zijn tweede ster. In 1983 werd het tweede pand (op nummer 146) bij het hotel getrokken, zodat het aantal kamers naar 45 ging. In 1988 werden de vele inspanningen beloond met een derde ster.Vanaf 1991 staat Eric Toren aan het roer. Onder zijn bezielende leiding is het hotel uitgegroeid tot een van de mooiste viersterrenhotels van Amsterdam.
Indruk van ons Hotel? Bekijk onze film.